De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor meervoudige bedreiging met zware mishandeling en kreeg een werkstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen jeugddetentie opgelegd, deels voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een meldplicht bij Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in met het primaire verweer van vrijspraak wegens onvoldoende bewijs en subsidiair een strafmaatverweer.
Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen en acht de verklaringen van de aangevers betrouwbaar en overtuigend. Het alternatieve scenario van de verdediging, dat niet de verdachte maar de bijrijder met de ploertendoder handelde, wordt verworpen op grond van onbetrouwbare getuigenverklaringen. Het hof stelt vast dat de verdachte zelf uit de auto is gestapt en met de ploertendoder op de aangevers is afgerend, wat een bedreiging met zware mishandeling oplevert.
Het hof overweegt dat de bedreiging ernstig was, gezien het gevaar van het gebruikte verboden wapen en de omstandigheden op de openbare weg. De verdachte was net meerderjarig, maar het hof past het jeugdstrafrecht toe vanwege bijzondere omstandigheden. Gezien de ernst van het feit, het justitiële verleden van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, legt het hof een werkstraf van 60 uur op, deels voorwaardelijk met 15 dagen jeugddetentie, zonder bijzondere voorwaarden aan de proeftijd.
Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en in zoverre opnieuw recht gedaan. De rest van het vonnis blijft in stand. Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 26 augustus 2020.