ECLI:NL:GHSHE:2020:3444
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. van Winkel
- E.M.C. Dumoulin
- M.I. Peereboom-van Drunick
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie na beëindiging relatie ouders
Partijen, voormalige partners en ouders van twee minderjarige kinderen, zijn in hoger beroep gegaan tegen een beschikking van de rechtbank over kinderalimentatie. De man betwistte de ingangsdatum van de alimentatie, de behoefte van de kinderen en zijn draagkracht. Het hof heeft de feiten vastgesteld en de draagkracht en behoefte opnieuw beoordeeld.
De man stelde dat hij niet op het adres van de vrouw woonde en dat het jaar 2017 uitzonderlijk was qua inkomen, waardoor dat jaar buiten beschouwing moest blijven. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij elders woonde en dat de winst in 2017 uitzonderlijk was. Daarom werd uitgegaan van het gemiddelde inkomen over 2015 en 2016 voor de berekening van de behoefte en draagkracht.
De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op € 743,75 per maand, inclusief een redelijke kinderopvangvergoeding van € 100,- per maand. De draagkracht van de man werd berekend op € 520,- per maand, die van de vrouw op € 63,-. Na toepassing van een zorgkorting en verdeling van het tekort werd de kinderalimentatie vastgesteld op € 252,- per kind per maand met indexering tot € 271,- per kind per maand vanaf 2021.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover het de kinderalimentatie betrof, stelde de nieuwe bedragen vast en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tevens werd bepaald dat te veel betaalde alimentatie niet hoeft te worden terugbetaald en dat partijen elk hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De man moet vanaf 16 augustus 2018 kinderalimentatie betalen van € 252,- per kind per maand, met indexering tot € 271,- vanaf 2021.