Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te Roermond ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te Roermond,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/274201 / KG ZA 20-48)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met één productie (het beroepen vonnis);
- het tegen [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] verleende verstek;
- de memorie van grieven met veertien producties (genummerd 2 tot en met 15).
3.De beoordeling
- Oostappen Vakantiepark Elfenmeer B.V. (hierna: Oostappen) is een commercieel recreatiebedrijf. Oostappen heeft Vakantiepark Elfenmeer in Herkenbosch geëxploiteerd. Dat vakantiepark lag grotendeels op percelen die door de gemeente in erfpacht waren uitgegeven.
- [geïntimeerde 1] heeft eind 2007 een overeenkomst gesloten met Oostappen, op grond waarvan zij met ingang van 19 november 2007 een gemarkeerd en afgepaald stuk grond, aangeduid als “ [nummer jaarplaats] Jaarplaats”, (hierna ook: de jaarplaats) heeft gehuurd op het door Oostappen in erfpacht genomen gedeelte van Vakantiepark Elfenmeer. De door Oostappen in verband daarmee aan [geïntimeerde 1] verzonden factuur vermeldt een aankomstdatum van 19 november 2007 en een vertrekdatum van 31 december 2017.
- Oostappen en [geïntimeerde 1] hebben een overeenkomst ondertekend ter zake de verhuur van de jaarplaats voor de periode van 1 januari 2008 tot 31 december 2008. Op deze overeenkomst staat dat de RECRON-voorwaarden (laatste versie) van toepassing zijn.
- Oostappen heeft [geïntimeerde 1] vervolgens met betrekking tot elk kalenderjaar in de periode van 2008 tot en met 2018 een factuur voor de jaarhuur van de jaarplaats gezonden. Deze facturen werden steeds verzonden in of omstreeks de maand oktober van het voorafgaande kalenderjaar.
- Bij brief van 23 mei 2016 heeft Oostappen aan [geïntimeerde 1] onder meer het volgende meegedeeld:
- [geïntimeerde 1] heeft de bij de brief van 23 mei 2016 gevoegde overeenkomst voor de huur van de jaarplaats over de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 op 11 juni 2016 ondertekend en aan Oostappen geretourneerd. Ook op deze overeenkomst staat dat de RECRON-voorwaarden (laatste versie) van toepassing zijn.
- In de RECRON-voorwaarden staat onder meer het volgende:
- [geïntimeerde 2] is de partner van [geïntimeerde 1] . Hij maakt eveneens gebruik van de jaarplaats.
- In een procedure tussen de Gemeente en Oostappen heeft de Rechtbank Limburg, locatie Roermond, bij vonnis van 4 juli 2018 onder zaaknummer C/03/210479 en rolnummer HA ZA 15-505 onder meer het volgende beslist:
- Bij brief van 21 november 2018 heeft Oostappen alle huurovereenkomsten, inclusief die met [geïntimeerde 1] , per 31 december 2019 opgezegd wegens beëindiging van de exploitatie, dit op grond van artikel 11 lid 1 onder Pro d van de Recron voorwaarden.
- Bij brief van 23 november 2018 heeft de gemeente aan [geïntimeerde 1] onder meer meegedeeld dat de exploitatie van het vakantiepark door Oostappen uiterlijk 20 december 2018 eindigt, dat de gemeente het beheer vanaf die datum gaat overnemen en dat [geïntimeerde 1] als jaarplaatshouder tot uiterlijk 31 december 2019 gebruik kan blijven maken van de jaarplaats.
- Bij brief van 30 januari 2019 heeft de gemeente aan [geïntimeerde 1] onder meer meegedeeld dat de gemeente het beheer van het vakantiepark op 20 december 2018 heeft overgenomen van Oostappen en dat alle jaarplaatsen op 31 december 2019 ontruimd moeten zijn.
- Bij brief van 10 juni 2019 hebben [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] aan de gemeente onder meer meegedeeld dat zij de rechtsgeldigheid van de opzegging van 21 november 2018 betwisten en dat zij de jaarplaatsovereenkomst ook in 2020 willen voortzetten.
- Bij brief van 15 oktober 2019 is namens [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] aan de gemeente meegedeeld dat de opzegging van de standplaatshuur door Oostappen bij brief van 21 november 2018 niet rechtsgeldig is omdat Oostappen sinds 9 juli 2015 (hof: de beëindiging van de erfpacht) geen bevoegde partij meer is.
- Bij brief van 4 november 2019 heeft de gemeente [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] gesommeerd om de jaarplaats uiterlijk op 31 december 2019 te ontruimen.
- [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben niet aan die sommatie voldaan.
- [geïntimeerde 1] heeft het perceel sinds 19 november 2007 onafgebroken van Oostappen gehuurd. Die huurovereenkomst is bevoegd aangegaan (rov. 4.4).
- Volgens artikel 5:94 lid 2 BW Pro is de eigenaar na het einde van de erfpacht verplicht een bevoegdelijk aangegane verhuur gestand te doen. De eigenaar kan in dezelfde gevallen en op dezelfde voorwaarden als de verhuurder de huurovereenkomst opzeggen en vaststelling van het tijdstip van beëindiging vorderen (rov. 4.5).
- Bij het vonnis van 4 juli 2018 is de gemeente veroordeeld de bevoegdelijk door Oostappen aangegane huurovereenkomsten gestand te doen (rov. 4.6).
- De gemeente zet de huurovereenkomst dus vanaf het eindigen van de erfpacht zelf als verhuurder met de huurder voort. Vanaf dat moment kan de voormalig erfpachter / oorspronkelijke verhuurder de huurovereenkomst niet meer rechtsgeldig opzeggen, maar is het aan de gemeente om de huurovereenkomst op te zeggen (rov. 4.7).
- De gemeente heeft de huurovereenkomst met [geïntimeerde 1] niet opgezegd. De huurovereenkomst loopt dus nog door, zodat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] niet zonder recht of titel op het perceel verblijven (rov. 4.8).
- Dit brengt mee dat de vordering ook jegens [geïntimeerde 1] , die niet in het geding is verschenen, moet worden afgewezen omdat de vordering onrechtmatig of ongegrond voorkomt (rov. 4.1).