Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 9 oktober 2019, ingekomen ter griffie op 20 november 2019;
- een brief van de GI van 2 december 2019, ingekomen op 3 december 2019, met als bijlagen de schriftelijke aanwijzing aan de moeder van 28 november 2019 en de e-mail van de Voorziening voor Pleegzorg van 27 november 2019;
- het V6-formulier van de zijde van de moeder van 5 december 2019 met als bijlagen een verklaring van de leraar van [minderjarige 1] van 25 november 2019 en een verklaring van de lerares van [minderjarige 3] en [minderjarige 2] van 19 november 2019.
3.De beoordeling
dagelijkseurinecontroles over te leggen, wanneer wekelijkse controles onvoldoende uitsluitsel zouden kunnen geven. Voorts is het zaak dat op zo kort mogelijke termijn met het onderzoek naar de pedagogische vaardigheden van de moeder wordt gestart. Het is aan de GI om een en ander ter hand te nemen; aan de moeder is het om hieraan mee te werken. Tevens dient de moeder uitvoering te geven aan de schriftelijke aanwijzing van 28 november 2019 waarin staat dat zij de naam van haar behandelend psycholoog en de aard van haar behandeltraject aan de GI dient te melden.