Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7138046 CV EXPL 18-4479)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met een productie (het bestreden vonnis);
- het H-formulier van 15 april 2019, waarbij [appellant] het proces-verbaal van de bij de kantonrechter gehouden comparitie na antwoord in het geding heeft gebracht;
- de memorie van grieven met 23 producties;
- de memorie van antwoord met drie producties.
3.De beoordeling
- [geïntimeerde] is een toegelaten instelling in de zin van artikel 19 van Pro de Woningwet. [geïntimeerde] is op grond daarvan werkzaam in de sociale huursector, in het belang van de volkshuisvesting.
- Dit hoger beroep heeft betrekking op een van de huurwoningen van [geïntimeerde] , namelijk de woning aan de [adres] in [woonplaats] .
- De woning betreft een tussenwoning in een blok van zes eengezinswoningen. Het bouwjaar van de woning is 1959.
- Oorspronkelijk beschikte de woonkamer van de woning over een gashaard, die aangesloten was op een schoorsteenkanaal. In de jaren negentig van de vorige eeuw is een cv-installatie met een hoog rendement cv-combiketel met warmwatervoorziening in de woning geplaatst. In dat kader is de gashaard uit de woonkamer verwijderd, het schoorsteenkanaal buiten werking gesteld en een metalen kraaienkap op de schoorsteen geplaatst. In de woonkamer is toen op de plaats van de oorspronkelijke schoorsteenmantel, waar vroeger de gashaard stond, een aftimmering aangebracht en voorzien van een stuclaag. De onderkant van het schoorsteenkanaal (op de wand direct onder het plafond in de woonkamer) is daarbij afgesloten om vochtdoorslag en tocht te voorkomen.
- Bij huurovereenkomst van 9 juli 2008 heeft [geïntimeerde] met ingang van die datum de woning verhuurd aan [appellant] .
- Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Artikel 9.1 van de algemene voorwaarden luidt als volgt:
- Op enig moment heeft [appellant] in de woonkamer van de woning een houtkachel met rookgasafvoer aangebracht en aangesloten op het oorspronkelijke schoorsteenkanaal. Daartoe heeft [appellant] op de wand direct onder het plafond in de woonkamer het stucwerk en enkele bakstenen verwijderd, om het schoorsteenkanaal daar weer toegankelijk te maken. Ook heeft [appellant] de kraaienkap aan de bovenzijde van de schoorsteen vervangen door een trekkap. [appellant] heeft voor het aanbrengen van deze veranderingen en toevoegingen geen toestemming gevraagd aan [geïntimeerde] .
- In 2016 heeft [geïntimeerde] de cv-installatie met een hoog rendement cv-combiketel met warmwatervoorziening in de woning vernieuwd.
- In 2017 en 2018 heeft een buurvrouw van [appellant] bij [geïntimeerde] geklaagd over stankoverlast als gevolg van het stoken van de houtkachel door [appellant] . [geïntimeerde] heeft in februari of maart 2018 een inspectie uitgevoerd in de woning.
- Bij brief van 3 april 2018 heeft [geïntimeerde] aan [appellant] onder meer het volgende meegedeeld:
- [appellant] heeft zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van [geïntimeerde] een houtkachel in het gehuurde geplaatst, en daardoor veranderingen en toevoegingen in de woning aangebracht (rov. 4.1).
- Op grond van de wet en de huurovereenkomst is [appellant] bevoegd om tijdens de huurperiode veranderingen en toevoegingen aan te brengen in het gehuurde, mits die bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten ongedaan kunnen worden gemaakt en verwijderd, zodat het gehuurde wordt hersteld in de staat zoals het bij aanvang van de huur verkeerde (rov. 4.2).
- In dit geval moeten noemenswaardige kosten worden gemaakt om het gehuurde in de oorspronkelijke staat te herstellen (rov. 4.4).
- [appellant] mag de houtkachel dus niet langer gebruiken en hij moet de daartoe aangebrachte veranderingen ongedaan maken (rov. 4.5).
- I. [appellant] veroordeeld om het gebruik van de houtkachel te staken en gestaakt te houden;
- II. [appellant] veroordeeld om binnen één maand na betekening van het vonnis de door hem aangebrachte veranderingen en toevoegingen deugdelijk te verwijderen en ongedaan te (laten) maken / te (laten) herstellen, waaronder in ieder geval moet worden verstaan het buiten gebruik stellen van de houtkachel en bijbehorende schoorsteenpijp c.q. rookgasafvoer, en het opnieuw aanbrengen van de aftimmering c.q. van stucwerk ter afdichting van de schoorsteenopening;
- III. [appellant] veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 50,-- per dag dat hij in gebreke blijft om tijdig aan de onder II gegeven veroordeling te voldoen, met bepaling dat boven een bedrag van € 500,-- geen verdere dwangsommen worden verbeurd;
- IV. [geïntimeerde] gemachtigd om, indien [appellant] niet tijdig aan het onder II gevorderde heeft voldaan en het onder III genoemde maximum aan dwangsommen is bereikt, op kosten van [appellant] hetgeen onder II is gevorderd uit te voeren, waarbij [appellant] voor het verrichten van die werkzaamheden de noodzakelijke medewerking moet verlenen nadat dit door [geïntimeerde] schriftelijk en minimaal twee weken voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden aan [appellant] is medegedeeld.
- dat hij het weer afdichten van de opening van het schoorsteenkanaal in de woonkamer eenvoudig zelf had kunnen uitvoeren met ongeveer één uur werk, en dat hij dan ongeveer € 12,-- aan materiaalkosten had moeten maken;
- dat hij het werk echter heeft laten uitvoeren door Schoorsteenveegbedrijf [schoorsteenveegbedrijf] uit [plaats] en dat dit bedrijf voor het dichtmaken van de opening van het schoorsteenkanaal € 84,-- inclusief btw in rekening heeft gebracht.
- terugplaatsen (metselen) van door [appellant] verwijderde bakstenen;
- opnieuw aanbrengen van stucwerk ter plaatse van de teruggeplaatste bakstenen;
- verwijderen van de op de schoorsteen geplaatste trekkap en terugplaatsen van een kraaienkap op de schoorsteen.