Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij in of omstreeks de periode van 15 september 2018 tot en met 15 januari 2019 te Helmond, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde 1] , door
hij in of omstreeks de periode van 15 oktober 2018 tot en met 7 januari 2019 te Helmond, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde 2] , door meermalen (dreig)brieven en/of Messengerberichten te sturen, schrijvende over [benadeelde 1] (zijnde de relatie van die [benadeelde 2] ) en/of bevattende (naakt)foto's van die [benadeelde 1] , met het oogmerk die [benadeelde 2] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
hij in de periode van 15 september 2018 tot en met 15 januari 2019 te Helmond wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde 1] , door
hij in de periode van 15 oktober 2018 tot en met 7 januari 2019 te Helmond wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde 2] , door meermalen Messengerberichten te sturen, schrijvende over [benadeelde 1] (zijnde de relatie van die [benadeelde 2] ) en/of bevattende (naakt)foto's van die [benadeelde 1] , met het oogmerk die [benadeelde 2] te dwingen iets te doen en/of te dulden.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
€ 1.350,72 (duizend driehonderdvijftig euro en tweeënzeventig cent) bestaande uit € 350,72 (driehonderdvijftig euro en tweeënzeventig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
€ 848,75 (achthonderdachtenveertig euro en vijfenzeventig cent) bestaande uit € 98,75 (achtennegentig euro en vijfenzeventig cent) materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
immateriële schadevoor het overige af.