Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[assurantiebedrijf] Assurantiën B.V .,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2.[verzekeringsadvocaten] Verzekeringsadvocaten B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/326013/HA ZA 17-48)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [verzekeringsadvocaten] verleende verstek;
- de memorie van grieven met producties 1 tot en met 11;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties 1 tot en met 3;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties 12 tot en met 17;
- de bij brief van 14 mei 2020 door de curator overgelegde productie 18 die geacht wordt bij pleidooi in het geding te zijn gebracht;
- het pleidooi waarbij de curator en [assurantiebedrijf] pleitnotities hebben overgelegd;
- de memorie inzake artikel 3:43 BW Pro van de curator;
- de memorie inzake artikel 3:43 BW Pro van [assurantiebedrijf] ;
- het door [verzekeringsadvocaten] gezuiverde verstek;
- de memorie houdende incidentele vordering tot tussenkomst van [verzekeringsadvocaten] met producties 15 en 16;
- de antwoordmemorie in het incident van de curator;
- de antwoordmemorie in het incident van [assurantiebedrijf] ;
- de akte in het incident van [verzekeringsadvocaten] .
3.De beoordeling
€ 180.000,-. De curator heeft desgevraagd geen toestemming verleend voor de regeling.
gelijktijdigeen antwoordmemorie te nemen (uitsluitend) in reactie op de memorie van de curator d.d. 21 juli 2020. Ook [verzekeringsadvocaten] wordt in de gelegenheid gesteld
gelijktijdigeen antwoordmemorie te nemen (uitsluitend) in reactie op de memorie van de curator d.d. 21 juli 2020.