Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.[appellante] stelt in het beroepschrift – kort en zakelijk en voor zover nog van belang weergegeven – uit hoofde van een door [geïntimeerde] aan [appellante] verleende opdracht tot rechtsbijstand door [appellante] aan [geïntimeerde] recht op betaling te hebben van een bedrag van € 15.569,76 per 16 september 2020, te vermeerderen met rente en kosten. Daarnaast zou [geïntimeerde] een vordering aan een ander advocatenkantoor, [advocatenkantoor] , van in hoofdsom