In deze zaak is betrokkene in eerste aanleg veroordeeld voor het telen van hennepplanten in een pand, waarbij de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel schatte op €95.585. Betrokkene stelde hoger beroep in tegen deze berekening en de toegepaste methodiek.
Het hof heeft overwogen dat de rechtbank en het openbaar ministerie de eenvoudige kasopstelling hanteerden, terwijl het hof een meer nauwkeurige transactieberekening toepast op basis van het BOOM-rapport, dat gebruikelijk is bij hennepkwekerijen. Het hof acht 15 oogsten aannemelijk over de periode juli 2009 tot april 2013, met een opbrengst van 1.018,5 gram hennep per oogst en een opbrengstwaarde van €3.340 per oogst.
Van de totale opbrengst van €50.100 brengt het hof kosten in mindering, waaronder afschrijvingskosten, inkoop stekken, variabele kosten, huisvesting en elektriciteit, tezamen €24.920. Dit leidt tot een geschat voordeel van €25.180. De betalingsverplichting wordt gematigd met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn, en met €185 wegens verbeurdverklaring, zodat het te betalen bedrag €22.477 bedraagt.
De duur van de gijzeling wordt vastgesteld op maximaal 899 dagen. Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en legt de betalingsverplichting vast op €22.477.