ECLI:NL:GHSHE:2020:3726
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partner- en kinderalimentatie na ontbinding geregistreerd partnerschap
Partijen zijn in 2008 een geregistreerd partnerschap aangegaan en hebben dit ontbonden, waarbij de rechtbank in 2019 en 2020 beschikkingen gaf over partner- en kinderalimentatie. De vrouw kwam in hoger beroep tegen deze beschikkingen en stelde dat de rechtbank ten onrechte de behoefte van het kind en de vrouw te laag had vastgesteld en dat de draagkracht van de man verkeerd was berekend.
Het hof heeft de feiten van de rechtbank overgenomen voor zover deze niet betwist werden en heeft de inkomens van partijen en de behoefte van het kind en de vrouw opnieuw beoordeeld. Het hof ging uit van een gemiddelde winst uit onderneming van de man over de jaren 2014 tot en met 2016 voor de berekening van het netto besteedbaar inkomen. Ook werd rekening gehouden met een zorgkorting van 15% in plaats van 25%, gezien de feitelijke omgang tussen de man en het kind.
De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op basis van haar feitelijke werkweek van 22 uur en het bijbehorende inkomen, rekening houdend met haar nierziekte. De draagkracht van de man werd berekend op basis van de gemiddelde winst uit onderneming van 2017 tot en met 2019, met inachtneming van premies en hypotheeklasten. Het hof stelde de kinderalimentatie vast op € 411,- per maand en de partneralimentatie op € 675,- per maand tot 15 juni 2020 en € 724,- bruto per maand daarna. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man is gehouden om vanaf 16 maart 2020 € 411,- per maand kinderalimentatie en € 675,- tot 15 juni 2020 en € 724,- bruto per maand partneralimentatie te betalen.