De minderjarige, geboren in 2004, verbleef sinds september 2020 in een gesloten accommodatie voor jeugdzorg. De rechtbank Limburg verleende een machtiging gesloten jeugdhulp van 21 september 2020 tot 21 maart 2021. De minderjarige kwam hiertegen in hoger beroep, stellende dat hij liever bij zijn pleegouders, zijn overgrootouders, wilde wonen en dat de gesloten plaatsing onterecht was.
De gecertificeerde instelling (GI) voerde aan dat de gesloten plaatsing noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen en het risico dat de minderjarige zich aan de jeugdhulp onttrekt. De pleegouders betwistten dat zij onvoldoende zorg kunnen bieden en wilden dat de minderjarige weer bij hen zou wonen.
Het hof overwoog dat voldaan is aan de wettelijke vereisten van de Jeugdwet voor gesloten plaatsing. De minderjarige heeft behoefte aan structuur, regels en begeleiding die de pleegouders niet kunnen bieden. De gesloten plaatsing is noodzakelijk om onttrekking aan jeugdhulp te voorkomen, mede gelet op eerdere onttrekkingen. De mogelijkheid om een opleiding te volgen binnen de gesloten accommodatie staat de plaatsing niet in de weg.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Limburg en compenseerde de proceskosten in hoger beroep, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.