ECLI:NL:GHSHE:2020:3832
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging ouderlijk gezag vader wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging minderjarige
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die het ouderlijk gezag over zijn minderjarige zoon heeft beëindigd en de Gecertificeerde Instelling tot voogd heeft benoemd.
De minderjarige is sinds 2014 onder toezicht gesteld en sinds 2017 uit huis geplaatst bij een pleeggezin. De vader heeft sinds 2017 geen contact meer met zijn zoon en heeft zijn leven niet op orde, waaronder zijn huisvesting. De Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling hebben aangegeven dat het contactherstel niet is gelukt en dat de vader afspraken niet nakwam, wat tot teleurstelling bij de minderjarige leidde.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:266 lid 1 onder Pro a BW het gezag kan worden beëindigd indien de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en de ouder niet binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding kan dragen. Gezien de langdurige ondertoezichtstelling, de uit huis plaatsing, de speciale ondersteuningsbehoefte van de minderjarige en het ontbreken van contact en stabiele situatie bij de vader, is aan deze voorwaarden voldaan.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en benadrukt dat de Gecertificeerde Instelling bereid is tot contactherstel indien de vader daartoe initiatief neemt. De beslissing draagt bij aan rust en duidelijkheid voor de minderjarige over zijn opvoedsituatie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over de minderjarige.