ECLI:NL:GHSHE:2020:3835
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.D.M. Lamers
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- M.I. Peereboom-van Drunick
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging uithuisplaatsing minderjarige wegens verslavingsproblematiek moeder
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, geboren in 2019. De moeder voert aan dat de gecertificeerde instelling (GI) niet heeft aangetoond dat zij een terugval in drugsgebruik heeft gehad en betwist de beschuldigingen van prostitutie. De GI stelt dat ondanks ondersteuning en voorwaarden de moeder onvoldoende stabiel is en dat het pleeggezin het beste opvoedperspectief biedt.
Het hof overweegt dat de wettelijke vereisten voor verlenging van de uithuisplaatsing zijn vervuld. Er zijn langdurige ernstige zorgen over de opvoedsituatie, met name door de verslavingsproblematiek van de moeder. Na een korte terugplaatsing bij de moeder bleek zij opnieuw drugs te gebruiken, wat zij deels erkent. De politie constateerde een vermoeden van prostitutie in de woning waar de kinderen aanwezig waren.
Hoewel de moeder praktische problemen aanvoert voor het niet kunnen ondergaan van urinecontroles, is niet komen vast te staan dat zij geen drugs meer gebruikt. De minderjarige is volledig afhankelijk van haar opvoeder en de moeder kan die verzorging en opvoeding momenteel niet bieden. Het hof oordeelt dat de verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van het kind. Artikel 8 EVRM Pro en het IVRK staan deze beslissing niet in de weg.
Het hof wijst op slordigheden in de stukken van de GI maar ziet geen aanleiding om aan de inhoud te twijfelen. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing van de minderjarige wegens ernstige zorgen over de opvoedsituatie en verslavingsproblematiek van de moeder.