De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind bij de vader. De rechtbank had eerder de machtiging verlengd tot 19 juli 2021. De moeder betwistte deze beslissing en stelde dat de uithuisplaatsing niet in het belang van het kind is en dat ambulante hulpverlening voldoende is.
De gecertificeerde instelling (GI) en de vader voerden aan dat het kind een kwetsbare situatie heeft, met ernstige ontwikkelingszorgen en traumatische ervaringen die behandeling vereisen. De vader biedt het kind stabiliteit en structuur, wat noodzakelijk is voor zijn welzijn.
Het hof overweegt dat de wettelijke vereisten voor verlenging van de machtiging zijn voldaan. Ondanks de stabiliteit bij de vader blijft de situatie fragiel en is voortzetting van de uithuisplaatsing noodzakelijk voor het welzijn en de ontwikkeling van het kind. Het belang van het kind staat voorop, waarbij het recht op familie- en gezinsleven niet in strijd is met de verlenging.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en benadrukt het belang van duidelijke communicatie over omgangsregelingen en de rol van de moeder in de verdere ontwikkeling van het kind. De GI wordt aangespoord om de samenwerking met de ouders te bevorderen en de voortgang te monitoren.