ECLI:NL:GHSHE:2020:390
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen inkomstenbelasting na verrekening belastingkorting partner
Belanghebbende is in hoger beroep gekomen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2012 en 2013, opgelegd vanwege de verrekening van een belastingkorting bij haar echtgenoot. De echtgenoot had een verlies uit aanmerkelijk belang geleden door het faillissement van zijn vennootschap, waarna een belastingkorting werd toegekend en verrekend over de jaren 2012 en 2013.
Belanghebbende stelde dat de verrekening van de belastingkorting over een te korte periode plaatsvond, waardoor zij de aan haar uitbetaalde algemene heffingskorting moest terugbetalen. Zij voerde aan dat haar echtgenoot was toegezegd dat de verrekening over minimaal vijf jaren zou plaatsvinden. De Inspecteur voerde aan dat de verrekening conform de wettelijke bepalingen correct was en dat geen toezegging bekend was.
Het Hof oordeelde dat de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd en dat de verrekening van de belastingkorting volgens artikel 4.53 en 2.11a Wet IB 2001 correct was toegepast. Er was geen ruimte om de verrekening te spreiden zoals belanghebbende wenste. Het vertrouwen op een toezegging was onvoldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen worden bevestigd.