ECLI:NL:GHSHE:2020:3920
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling definitieve minimale contactregeling tussen vader en minderjarige in belang van het kind
In deze zaak ging het om de vaststelling van een definitieve contactregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind na een voorlopige regeling. Het hof had eerder een voorlopige regeling vastgesteld waarbij contact eenmaal per drie weken plaatsvond. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een nader rapport uit waarin werd geadviseerd de contactfrequentie te verhogen naar eenmaal per twee weken, met een contactduur van vrijdagmiddag tot zondag 16.00 uur.
De raad stelde dat de minderjarige te veel verantwoordelijkheid kreeg om het contact zelf te bepalen, wat gezien zijn leeftijd en zichtbare problematiek op school niet wenselijk was. De ouders werden geadviseerd zelf de regie te nemen en een minimale contactregeling vast te stellen die voorspelbaarheid en duidelijkheid biedt aan het kind.
Partijen stemden in met het advies van de raad. Het hof vernietigde de eerdere beschikking van de rechtbank en stelde de definitieve regeling vast zoals geadviseerd, waarbij het kind eenmaal per twee weken contact heeft met de vader van vrijdag na school tot zondag 16.00 uur. Dit geeft het kind de mogelijkheid om zondag bij de moeder tot rust te komen voor school.
Het hof benadrukte dat ouders vrij zijn om in onderling overleg de regeling uit te breiden, maar dat zij rekening moeten houden met de draagkracht van het kind en zelf de leidende rol moeten nemen in beslissingen over het contact. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelde een definitieve contactregeling vast waarbij de minderjarige eenmaal per twee weken van vrijdagmiddag tot zondag 16.00 uur contact heeft met de vader.