ECLI:NL:GHSHE:2020:3931

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 december 2020
Publicatiedatum
17 december 2020
Zaaknummer
200.281.018_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid moeder in hoger beroep familierechtelijke zaak na intrekking

In deze familierechtelijke zaak betreffende de zorgregeling en het hoofdverblijf van twee minderjarige kinderen heeft de moeder hoger beroep ingesteld tegen een eerdere beschikking. Het hof heeft partijen, de moeder en vader, alsmede de Raad voor de Kinderbescherming en de gezinsvoogd, opgeroepen voor een mondelinge behandeling.

Tijdens de mondelinge behandeling op 30 november 2020 heeft de moeder verklaard het hoger beroep te willen intrekken, waarmee zij haar grieven niet handhaaft. Het hof concludeert hieruit dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar verzoek tot hoger beroep.

Gezien de aard van de zaak compenseert het hof de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is op 17 december 2020 uitgesproken door drie raadsheren van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking, met compensatie van proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 17 december 2020
Zaaknummer: 200.281.018/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/260927 / FA RK 19-648
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder],
wonende te
[woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J.E.A. Hendrix,
tegen
[de vader],
wonende te
[woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. I.F.H. Nelissen.
Deze zaak gaat over:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , en
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ,
hierna samen te noemen: de kinderen.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
Raad voor de Kinderbescherming,
regio Zuidoost Nederland, vestiging [vestiging] ,
hierna te noemen: de raad.

5.De beschikking d.d. 24 september 2020

Bij die beschikking heeft het hof partijen, zo nodig vergezeld van hun advocaten, alsmede de GI en de raad opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling van het hof op 30 november 2020 te 14.00 uur. Daarbij heeft het hof iedere verdere beslissing aangehouden tot voornoemde datum.

6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.
De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 november 2020. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. Hendrix;
-de vader, bijgestaan door mr. Nelissen;
-de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
6.2.
Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- het V8-formulier met bijlage (het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in
eerste aanleg) van de advocaat van de moeder d.d. 30 september 2020.

7.De verdere beoordeling

7.1.
De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij het hoger beroep wenst in te trekken. Het hof maakt hieruit op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de moeder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.
7.2.
Gezien de familierechtelijke aard van de zaak zal het hof de proceskosten compenseren.

8.De beslissing

Het hof:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep;
compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus, dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, E.L. Schaafsma-Beversluis en M.J.C. van Leeuwen, en is op 17 december 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.