Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/363070 / HA ZA 19-563)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- de akte overlegging producties van 8 september 2020 van de zijde van de man;
- de antwoordakte van 6 oktober 2020 van de zijde van de vrouw.
3.De beoordeling
- een aflossingsvrij deel ( [nummer] ) van € 196.000,--, waarvoor partijen
conventie, na wijziging van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
reconventieingesteld. Hij heeft gevorderd, samengevat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de vordering tot verdeling uit te sluiten voor een periode van drie jaren, althans voor de duur van een termijn die de rechtbank juist zal achten.
(twaalf vrachtwagens, dertien personeelsleden, kantoor administratie, loods voor de opslag van materialen voor het eigen onderhoud aan de wagens). Vervangende bedrijfsruimte is niet op korte termijn beschikbaar en kost veel geld. Naast de huur van een ander bedrijfspand en bedrijfsterrein zullen investeringen nodig zijn voor het passend maken van de nieuwe locatie. Verhuizing is dus erg kostbaar en kan er mogelijk toe leiden dat het bedrijf niet meer levensvatbaar is. Ten slotte merkt de man op dat de verwachting dat hij de woning kan overnemen reëel is gelet op het toegenomen bedrijfsresultaat in 2019.
vrouwheeft in hoger beroep haar in eerste aanleg ingestelde vorderingen gehandhaafd met die wijziging dat thans als verkoopmakelaar [makelaar 2] moet worden ingeschakeld die samen met makelaar [makelaar 1] de vraagprijs bindend dient vast te stellen en zij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis. Hiertoe heeft zij twee grieven aangevoerd. De grieven hebben betrekking op:
manheeft de grieven weersproken.
rechtbankheeft ter zake van de vordering tot uitsluiting van de verdeling, op grond van het bepaalde in art. 3:178 lid 3 BW Pro, het volgende overwogen.
vrouw. Deze grieven kunnen als volgt, samengevat, worden weergegeven. Het is geen bezwaar voor [zoon] als zijn vader zou moeten verhuizen als hij de woning niet kan overnemen. Er zijn veel kinderen van gescheiden ouders die na een scheiding moeten verhuizen en het is aan de ouders om hun kind een “thuis” te bieden, waar dat ook is. Daar komt bij dat ook in de woonsituatie van de man al een wijziging heeft plaatsgevonden. De man woont immers samen met zijn nieuwe partner.
manheeft onder meer het volgende aangevoerd. [zoon] verblijft sinds november 2019 gedurende de helft van de tijd bij de man. Anders dan de vrouw, is de man van mening dat een verhuizing wel degelijk dagelijks voelbaar en merkbaar voor [zoon] zal zijn. De man woont dicht bij de school van [zoon] zodat [zoon] ’s middags thuis luncht. Na een eventuele verhuizing zal dat niet langer het geval kunnen zijn.
hofoverweegt als volgt.
vordering(cursivering – hof) tot verdeling uit te sluiten voor ten hoogste drie jaar. Dit betekent dat indien partijen het erover eens zijn zij, ondanks het bestaan van een rechterlijke beslissing, de verdeling toch tot stand kunnen brengen.