Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de rechthebbenden, bijgestaan door hun advocaat;
- de bewindvoerder (via een digitale verbinding).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak hebben de rechthebbenden hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter Limburg die het ontslag van de bewindvoerder had afgewezen. De rechthebbenden stelden dat er gewichtige redenen waren voor ontslag, waaronder slechte communicatie, onvoldoende behartiging van financiële belangen en een vertrouwensbreuk die niet was hersteld.
De bewindvoerder betwistte deze stellingen en gaf aan dat een gesprek om de situatie te verbeteren wel was geprobeerd, maar niet gelukt. Het hof constateerde echter dat het door de kantonrechter voorgestelde gesprek niet had plaatsgevonden en dat de bewindvoerder geen oplossing had aangedragen om de impasse te doorbreken.
Het hof oordeelde dat er sprake was van een forse vertrouwensbreuk waardoor het bewind niet adequaat kon worden uitgevoerd. Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en verleende het ontslag aan de huidige bewindvoerder met ingang van 1 januari 2021. Tevens werd een opvolgend bewindvoerder benoemd en werden nadere instructies gegeven over de afwikkeling van het bewind en de verantwoording.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof verleent ontslag aan de huidige bewindvoerder wegens ernstige vertrouwensbreuk en benoemt een opvolgend bewindvoerder.