ECLI:NL:GHSHE:2020:4163

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
13 november 2020
Publicatiedatum
25 februari 2021
Zaaknummer
20-003106-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van StrafrechtArt. 14c Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overtreding Wegenverkeerswet met taakstraf en ontzegging rijbevoegdheid

Op 11 april 2018 pleegde verdachte in Geldrop twee overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994, namelijk een overtreding van artikel 9, tweede lid, en een overtreding van artikel 5. De politierechter in Oost-Brabant veroordeelde verdachte, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Ten aanzien van de eerste overtreding veroordeelde het hof verdachte tot een gevangenisstraf van één week, waarvan de uitvoering werd opgeschort onder een proeftijd van twee jaar, en legde een taakstraf van twintig uur op. Ten aanzien van de tweede overtreding veroordeelde het hof verdachte tot één week hechtenis, eveneens met een opschorting onder een proeftijd van twee jaar.

Daarnaast ontzegde het hof verdachte voor een periode van acht maanden de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, waarvan een gedeelte van vijf maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit. Het arrest werd mondeling gewezen op 13 november 2020 door mr. E.A.A.M. Pfeil.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf, voorwaardelijke hechtenis en ontzegging rijbevoegdheid met proeftijd.

Uitspraak

Parketnummer: 20-003106-19

Uitspraak : 13 november 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, van 8 oktober 2019, in de strafzaak onder parketnummer 96-235397-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,
wonende te [adres] .
Kwalificatie
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.

Toegepaste wetsartikelen
De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 9, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
Gepleegd
feit 1: op 11 april 2018 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo;
feit 2: op 11 april 2018 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
10 (tien) dagen hechtenis.
Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
8 (acht) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot
5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. E.A.A.M. Pfeil.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 november 2020.