ECLI:NL:GHSHE:2020:4166

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
9 november 2020
Publicatiedatum
25 februari 2021
Zaaknummer
20-003334-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 Wegenverkeerswet 1994Art. 179 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in zaak rijbewijsontzegging en taakstraf wegens verkeersovertredingen

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor verkeersovertredingen die leidden tot een ontzegging van de rijbevoegdheid en andere straffen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor wat betreft de strafoplegging en deed in dat onderdeel opnieuw recht.

Het hof legde een taakstraf van 40 uur op en 20 dagen hechtenis. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden. Tevens werd een bijkomende ontzegging van 2 jaar opgelegd, die niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij de verdachte zich binnen een proeftijd schuldig maakt aan een nieuw strafbaar feit.

De tijd dat het rijbewijs reeds was ingevorderd of ingehouden, wordt in mindering gebracht op de duur van de ontzegging. Voor het overige bevestigde het hof het vonnis van de politierechter. Het arrest werd mondeling uitgesproken door de enkelvoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 9 november 2020.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 uur taakstraf, 20 dagen hechtenis en 6 maanden ontzegging rijbevoegdheid met een voorwaardelijke ontzegging van 2 jaar.

Uitspraak

Parketnummer: 20-003334-19

Uitspraak : 9 november 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingslocatie ’s-Hertogenbosch van 18 oktober 2019, in de strafzaak onder parketnummer 01-145178-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
wonende te [adres] .

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Bepaalt dat ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Veroordeelt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. C.P.J. Scheele.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 november 2020.