ECLI:NL:GHSHE:2020:4168

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 november 2020
Publicatiedatum
26 februari 2021
Zaaknummer
20-003000-18
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • A.J.A.M. Nieuwenhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis politierechter in hoger beroep strafzaak

In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep behandeld dat was ingesteld tegen het vonnis van de politierechter te Maastricht van 5 september 2018. De zaak betreft verdachte, geboren in 1990 en woonachtig te een adres, die zich had moeten verantwoorden voor de rechtbank Limburg.

Na beoordeling van het dossier en de ingebrachte stukken heeft het hof het vonnis van de politierechter bevestigd. Er zijn geen wijzigingen aangebracht in de uitspraak. Het arrest is mondeling gewezen door de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof op 12 november 2020 tijdens een openbare terechtzitting.

Deze beslissing betekent dat het hoger beroep ongegrond is verklaard en het vonnis van de politierechter onverkort blijft gelden. Het arrest is gepubliceerd in verband met een ingesteld cassatieberoep, maar het hof heeft geen aanleiding gezien om het eerdere vonnis te wijzigen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de politierechter en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

Parketnummer: 20-003000-18

Uitspraak : 12 november 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingslocatie Maastricht van 5 september 2018, in de strafzaak onder parketnummer 96-101701-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
wonende te [adres] .

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 november 2020.