ECLI:NL:GHSHE:2020:4221

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
10 augustus 2020
Publicatiedatum
4 oktober 2024
Zaaknummer
200.279.584_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing wrakingsverzoek na defungeren raadsheer in strafzaak

De verdachte diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.C. Franken, voorzitter van de vijfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, op grond van vermeende partijdigheid. Het verzoek werd schriftelijk ingediend en nader toegelicht door de raadsman van de verdachte.

De voorzitter van de kamer verklaarde zich niet in het wrakingsverzoek te kunnen vinden. Vervolgens nam het hof telefonisch contact op met de raadsman om te verifiëren of het wrakingsverzoek gehandhaafd zou worden, ondanks het feit dat de gewraakte raadsheer niet langer deel zou uitmaken van de samenstelling die de zaak behandelt. De raadsman bevestigde na overleg met de cliënt dat het verzoek gehandhaafd bleef.

Tijdens de zitting van 10 augustus 2020 werd het wrakingsverzoek behandeld. De verdachte verscheen met zijn raadsman en een beëdigde tolk. Het openbaar ministerie was niet aanwezig. De wrakingskamer stelde de ontvankelijkheid van het verzoek vast en oordeelde dat de verdachte geen belang meer had bij het wrakingsverzoek omdat de gewraakte raadsheer niet langer de zaak behandelt.

Het hof concludeerde dat het belang van de verdachte niet tot een ander oordeel kon leiden en verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de voorzitter en twee leden van de kamer.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de gewraakte raadsheer niet langer de strafzaak behandelt.

Uitspraak

beslissing

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Wrakingskamer
Rolnummer Wrakingsnr. Uitspraak
: 200.279.584/01
: Wr 311-14-2020
: 10 augustus 2020
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van een wrakingsverzoek van het gerechtshof 's-Hertogenbosch
gegeven op het schriftelijke verzoek van 11 juni 2020, ingekomen ter griffie van het hof op 11 juni 2020, als bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering, in de zaak met parketnummer [parketnummer], in hoger beroep aanhangig bij de vijfde meervoudige strafkamer van dit gerechtshof, ingediend namens de verdachte die wordt vervolgd als genaamd zijnde:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats 1] (Tunesië) op [geboortedatum 1] 1960, terwijl de verdachte stelt te zijn genaamd:
[naam],
geboren te [geboorteplaats 2] (Verenigd Koninkrijk) op [geboortedatum 2] 1976, thans verblijvende in P.l. [P.I.], gevangenis te [plaats],
raadsman: mr. T.J.F. Wassenaar, advocaat te 's-Hertogenbosch, waarnemend kantoorgenoot van mr. A.S. van der Biezen, advocaat te 's-Hertogenbosch,
hierna te noemen: 'verzoeker',
strekkende tot wraking van mr. M.C. Franken, voorzitter in de vijfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, hierna te noemen: 'de voorzitter'.
1. Procesverloop
1.1.
Bij de sector strafrecht van het hof is onder parketnummer [parketnummer] een strafprocedure aanhangig tegen verzoeker. Op 10 juni jl. is de strafzaak laatstelijk behandeld.
1.2.
Daarna heeft mr. Wassenaar namens verzoeker het onderhavige verzoek tot wraking ingediend, welk verzoek op 11 juni 2020 ter griffie van het hof is ingekomen. Voorts is op 30 juni 2020 bij het hof een brief van mr. Wassenaar binnengekomen, waarin hij het wrakingsverzoek nader toelicht.
1.3.
De voorzitter heeft schriftelijk verklaard niet in de wraking te berusten.
1.4.
Op voorhand heeft het hof telefonisch contact opgenomen met mr. Wassenaar om te vragen of het wrakingsverzoek zal worden gehandhaafd, nu de gewraakte raadsheer, mr. Franken, niet langer meer deel zal uitmaken van de samenstelling die de strafzaak van de verzoeker zal behandelen. Daarop heeft mr. Wassenaar- na overleg met zijn cliënt - geantwoord dat het wrakingsverzoek wordt gehandhaafd.
1.5.
De wrakingskamer van het hof heeft het wrakingsverzoek ter terechtzitting van
10 augustus 2020 behandeld. Bij die gelegenheid zijn verzoeker en diens raadsman mr. Wassenaar verschenen. Verzoeker is bijgestaan door de tolk S.M. Nikolopoulos, een onder nummer 633 ingeschreven beëdigde tolk in de Engelse taal. Namens het openbaar ministerie is niemand verschenen.
1.6.
De wrakingskamer heeft direct uitspraak gedaan.
2.
Ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
2.1.
Alvorens het wrakingsverzoek inhoudelijk te behandelen, heeft de wrakingskamer de ontvankelijkheid van het verzoek aan de orde gesteld. Daarbij heeft het hof voorgehouden dat de gewraakte raadsheer mr. Franken inmiddels niet meer werkzaam is bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch en dat zij daarom niet langer meer zal optreden in de strafzaak van de verzoeker.
2.2.
In het kader van de ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek is namens de verzoeker gesteld dat in zijn strafzaak geen sprake is van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM Pro en dat hij in dat verband formeel wil laten vaststellen dat de voorzitter op zijn minst genomen partijdig heeft gehandeld.
2.3.
De wrakingskamer overweegt als volgt.
2.3.1.
Ingevolge artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.3.2.
De gewraakte raadsheer mr. Franken zal niet langer meer de strafzaak van de verdachte behandelen.
2.3.3.
Verzoeker heeft daarom geen belang bij de door hem verzochte wraking.
2.3.4.
Het door de verdediging genoemde belang kan niet tot een ander oordeel leiden.
2.3.5.
Het voorgaande brengt mee dat als volgt dient te worden beslist.

BESLISSING

Het hof:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.
Aldus gegeven door mr. drs. T.A. Gladpootjes, voorzitter, mr. C.A.R.M. van Leuven en mr. J. Platschorre, leden, bijgestaan door mr. R.A.J. van de Kamp, en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2020.