Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[verzoeker],
Ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De verdachte diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.C. Franken, voorzitter van de vijfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, op grond van vermeende partijdigheid. Het verzoek werd schriftelijk ingediend en nader toegelicht door de raadsman van de verdachte.
De voorzitter van de kamer verklaarde zich niet in het wrakingsverzoek te kunnen vinden. Vervolgens nam het hof telefonisch contact op met de raadsman om te verifiëren of het wrakingsverzoek gehandhaafd zou worden, ondanks het feit dat de gewraakte raadsheer niet langer deel zou uitmaken van de samenstelling die de zaak behandelt. De raadsman bevestigde na overleg met de cliënt dat het verzoek gehandhaafd bleef.
Tijdens de zitting van 10 augustus 2020 werd het wrakingsverzoek behandeld. De verdachte verscheen met zijn raadsman en een beëdigde tolk. Het openbaar ministerie was niet aanwezig. De wrakingskamer stelde de ontvankelijkheid van het verzoek vast en oordeelde dat de verdachte geen belang meer had bij het wrakingsverzoek omdat de gewraakte raadsheer niet langer de zaak behandelt.
Het hof concludeerde dat het belang van de verdachte niet tot een ander oordeel kon leiden en verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de voorzitter en twee leden van de kamer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de gewraakte raadsheer niet langer de strafzaak behandelt.