ECLI:NL:GHSHE:2020:455
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding bij vernieling
Verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens vernieling van een ruit, met daarnaast de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf van 32 dagen. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in, maar dit gebeurde na het verstrijken van de wettelijke termijn van veertien dagen na de einduitspraak.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Verdachte was op de hoogte van de eerste zittingsdatum en de aanhouding van de zaak tot de zitting van 18 april 2019. Het hoger beroep had dus binnen veertien dagen na deze einduitspraak moeten worden ingesteld. De verdachte stelde dat hij niet geïnformeerd was over de datum van de zitting van 18 april, maar het hof oordeelde dat verdachte zelf het initiatief had moeten nemen om zich te informeren.
Het hof vond geen zwaarwegende omstandigheden die een uitzondering op de termijnregels konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 3 januari 2020.
Uitkomst: Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.