Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[de vader]
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 2 augustus 2019;
- de brief van de raad van 2 januari 2020 waarin de raad aangeeft niet ter zitting te zullen verschijnen.
3.De beoordeling
[minderjarige)], op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] (Duitsland).
‘wonen bij moeder’. De rechtbank heeft het middel van de uithuisplaatsing bij de vader terecht en op goede gronden gebruikt om dat onderdeel van het co-ouderschap te onderbreken, ter bescherming van [minderjarige] . Dit was op dat moment noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] , gelet op het volgende.