Uitspraak
5.De beschikking van 14 maart 2019
6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
- het raadsrapport d.d. 25 oktober 2019, ter griffie ontvangen op 29 oktober 2019;
- het V8-formulier van de advocaat van de moeder d.d. 4 november 2019.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak stond de zorgregeling tussen de ouders van twee minderjarige kinderen centraal. De vader had sinds medio 2017 geen fysiek contact meer met de kinderen, mede door zijn destructieve gedrag en verslavingsproblemen. De moeder vorderde ontzegging van het omgangsrecht van de vader.
Het hof nam kennis van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en constateerde dat eerdere begeleide omgangstrajecten niet tot een structurele regeling hadden geleid. De kinderen hebben hierdoor een negatief vaderbeeld ontwikkeld en zijn emotioneel belast. De vader was onvoldoende stabiel om de noodzakelijke zorgtaken op zich te nemen.
Op grond van artikel 1:377a lid 3 BW oordeelde het hof dat een zorgregeling op dit moment ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de kinderen. Daarom ontzegde het hof de vader het recht op omgang. Tegelijkertijd onderschreef het hof het raadsadvies om in de toekomst, bij voldoende stabiliteit van de vader en ontwikkeling van de kinderen, via een begeleid maatwerktraject contact mogelijk te maken.
Uitkomst: Het hof ontzegt de vader het omgangsrecht met zijn kinderen wegens zijn instabiliteit en het belang van de kinderen.