ECLI:NL:GHSHE:2020:736
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling minimale omgangsregeling tussen man en minderjarige kinderen na langdurige vechtscheiding
In deze civiele zaak in hoger beroep stond de omgangsregeling tussen de man en zijn stiefkinderen centraal. De vrouw verzocht om afwijzing van het verzoek tot omgang, terwijl de man en de raad voor de kinderbescherming een beperkte omgang adviseerden. Het hof liet een onderzoek uitvoeren en hoorde partijen, de kinderen en betrokken instanties.
De raad concludeerde dat een omgangsregeling van een dagdeel per vier weken passend is, met begeleid contactherstel, gezien de langdurige vechtscheiding en loyaliteitsconflicten. De vrouw betoogde dat de kinderen geen omgang willen en dat zij hen moet beschermen. De man onderschreef het advies en benadrukte het belang van contactherstel. De gecertificeerde instelling gaf aan dat de kinderen hulpverleningsmoe zijn, maar dat pogingen tot contact worden ondernomen.
Het hof oordeelde dat de man een nauwe persoonlijke betrekking tot de kinderen heeft en dat er geen ontzeggingsgronden zijn voor omgang. Ondanks het verzet van de kinderen achtte het hof contact met de man belangrijk voor hun verdere ontwikkeling en hechtingsrelatie. Daarom stelde het hof een minimale omgangsregeling vast van eenmaal per maand een kort contactmoment, goed voorbereid door de gezinsvoogd. De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen de kinderalimentatie voor het derde kind.
Uitkomst: Het hof stelt een minimale omgangsregeling vast van eenmaal per maand een kort contactmoment tussen de man en de minderjarige kinderen.