In deze civiele zaak staat een hoger beroep centraal over de huurprijsvaststelling van een bedrijfsruimte, in casu een tankstation, waarbij het geschil voortkomt uit een vonnis van de kantonrechter Limburg. Het hof verwijst naar het eerdere vonnis voor de feitelijke achtergrond en behandelt de procedure en het deskundigenrapport.
Partijen hebben in hoger beroep gepleit en documenten overgelegd, maar konden geen minnelijke regeling bereiken. Het deskundigenrapport, dat anonieme referentiepanden bevat, wordt door het hof als onvoldoende transparant beoordeeld, waardoor een mondelinge toelichting door de deskundigen wordt bevolen.
Daarnaast wordt ABM verplicht om de namen en adressen van haar 35 tankstations te verstrekken, zodat de appellant kan onderzoeken of er referentiepanden bij zitten. Het hof plant een rolzitting voor het bepalen van verhinderdata en het plannen van de mondelinge toelichting en comparitie van partijen.
De zaak wordt aangehouden voor nadere procedurele stappen en verdere beslissing. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2020.