Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- de moeder;
- de GI.
- [de minderjarige 1](hierna: [de minderjarige 1] ), geboren te [geboorteplaats] op
[geboortedatum] 2008, - [de minderjarige 2](hierna: [de minderjarige 2] ), geboren te [geboorteplaats] op
[geboortedatum] 2012, - [de minderjarige 3](hierna: [de minderjarige 3] ), geboren te [geboorteplaats] op
[geboortedatum] 2013, - [de minderjarige 4](hierna: [de minderjarige 4] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2018,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
28 september 2020, waarbij de GI de uitdrukkelijke opdracht krijgt om de zorg- en contactregeling met de vader in duur en frequentie uit te breiden bij de vader thuis.
- de vader, bijgestaan door mr. Elias;
- de moeder;
- mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 1] en mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 2] namens de GI,
- mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] namens de raad.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 27 maart 2019, 16 september 2019 (via V6-formulier), 24 september 2019 en 15 oktober 2019;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 20 januari 2020 (“aanvullend beroepschrift”).
3.De beoordeling (in de zaken 200.270.169, 200.272.861 en 200.272.863)
De omgang met de kinderen dient in de thuissituatie van de vader plaats te vinden, hetgeen door Anacare is onderschreven. In de setting van het gezinshuis kon Anacare de leerbaarheid van de vader niet goed toetsen. Daarom geven de bevindingen over de omgang in het gezinshuis dan ook geen goed beeld.
Nu de kinderen rust en stabiliteit ervaren komen ze eindelijk toe aan hun ontwikkelingstaken. Zelfs indien de vader onvoldoende kansen zou hebben gehad, dan is het belang van de kinderen erbij gediend dat ze op hun huidige plek blijven.