ECLI:NL:GHSHE:2020:942
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkrachtberekening tussen ouders
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Limburg inzake de vaststelling van kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. De man betwist de ingangsdatum en de hoogte van de alimentatie, met name de berekening van zijn draagkracht en de behoefte van de kinderen.
Het hof overweegt dat de alimentatie terecht ingaat op 1 oktober 2017 en dat er onvoldoende bewijs is voor structureel zwartwerk, waardoor geen extra inkomen uit zwartwerk wordt meegenomen. De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld op €308,- per kind per maand in 2017, geïndexeerd naar €312,62 in 2018. De draagkracht van de man wordt berekend op basis van een gemiddelde winst uit onderneming van circa €29.870 per jaar, wat leidt tot een netto besteedbaar inkomen van €2.265 per maand.
De draagkracht wordt verdeeld over drie kinderen, inclusief een dochter uit een eerdere relatie, resulterend in een kinderalimentatie van €146,66 per kind per maand vanaf 1 oktober 2017, met indexering tot €153,33 per kind per maand vanaf 1 januari 2020. De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid. De vrouw hoeft eventueel te veel betaalde alimentatie niet terug te betalen. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schorsing en moet kinderalimentatie betalen van €146,66 per kind per maand vanaf 1 oktober 2017, met indexering tot €153,33 vanaf 2020.