Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
[de minderjarige 1](hierna: [de minderjarige 1] ) op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 12 maart 2020 uitspraak gedaan in hoger beroep over kinderalimentatie in een samengestelde gezinssituatie. De man was in eerste aanleg veroordeeld tot het betalen van een maandelijkse bijdrage van €222,75 voor de verzorging en opvoeding van zijn kind uit een eerdere relatie. Hij stelde in hoger beroep dat de alimentatie moest worden verlaagd of op nihil gesteld, mede vanwege de draagkracht van zijn partner en de draagkrachtvergelijking.
Het hof heeft de feiten vastgesteld zoals door de rechtbank en heeft de draagkracht van de man, zijn nieuwe partner, de vrouw en haar nieuwe partner nauwkeurig berekend. Daarbij is rekening gehouden met de behoeften van de minderjarige kinderen uit verschillende relaties, de inkomenssituatie van de betrokkenen, en de zorgkorting vanwege de verdeling van de zorg.
Het hof oordeelde dat de draagkracht van de man naar rato van de behoeften van de kinderen moest worden verdeeld en dat de draagkracht van de nieuwe partners ook in aanmerking moest worden genomen. De zorgkorting werd toegepast, maar de aanspraak van de man op zorgkorting verviel vanwege het tekort in de behoeftevoorziening. Uiteindelijk stelde het hof de kinderalimentatie vast op €179,81 per maand voor de periode van 23 mei 2018 tot 18 december 2019, en daarna op €158,84 per maand, met een indexering tot €162,81 vanaf 1 januari 2020.
De eerdere beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd. Het hof wees het meer of anders verzochte af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op €179,81 per maand tot 18 december 2019 en €162,81 per maand vanaf 1 januari 2020, en vernietigt de eerdere beschikking.