Uitspraak
[de grootmoeder],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de grootouders, bijgestaan door mr. Delsing;
- de moeder, bijgestaan door mr. Boonen;
- de raad vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad].
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De grootouders hebben in eerste aanleg een verzoek ingediend om een omgangsregeling met hun kleinkind vast te stellen, maar werden niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank. In hoger beroep stelden zij dat er sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking vanwege intensief contact gedurende anderhalf jaar, waarbij het kind regelmatig bij hen verbleef.
De moeder betwistte dit en voerde aan dat het contact beperkt was en dat omgang in strijd zou zijn met de belangen van het kind, mede door de traumatische ervaringen met de overleden vader. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde dat toekomstig contact mogelijk is, maar alleen nadat alle betrokkenen hun trauma's hebben verwerkt.
Het hof oordeelde dat de grootouders ontvankelijk zijn, omdat zij aannemelijk hebben gemaakt dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking die verder gaat dan normale familiebanden. Echter, het hof wees het verzoek af omdat omgang op dit moment tegen de zwaarwegende belangen van het kind ingaat. Het kind moet eerst zijn trauma's verwerken voordat omgang verantwoord is.
De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. Het hoger beroep van de grootouders wordt afgewezen, maar de bestreden beschikking wordt vernietigd en de grootouders worden ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Grootouders ontvankelijk verklaard maar verzoek om omgang afgewezen vanwege zwaarwegende belangen van het kind.