Op 16 september 2017 reed de verdachte in Breda met een personenauto onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 1085 microgram per liter uitgeademde lucht, terwijl hij geen geldig rijbewijs bezat. Daarnaast reed hij op de openbare weg zonder rijbewijs voor de betreffende voertuigcategorie. De politierechter veroordeelde hem hiervoor, maar het hof vernietigde dit vonnis wegens onvoldoende motivering.
In hoger beroep werd het bewezenverklaarde bevestigd: rijden onder invloed zonder rijbewijs en rijden zonder rijbewijs. De verdachte had bekend en er was voldoende bewijs, waaronder een ademanalyse en verklaringen. Gelet op het hoge alcoholpromillage, het ontbreken van een rijbewijs en het eerdere justitiële verleden van de verdachte, achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.
Het hof legde een gevangenisstraf van drie weken op met een ontzegging van de rijbevoegdheid voor vijftien maanden. Voor het rijden zonder rijbewijs werd een geldboete van €300 opgelegd, te vervangen door zes dagen hechtenis bij niet-betaling. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijke straf gelast vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.
De redelijke termijn was met ruim een jaar overschreden, hetgeen het hof verrekende door de gevangenisstraf te matigen van vier naar drie weken. De uitspraak is gedaan door het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 12 april 2021.