Deze zaak betreft een hoger beroep van de vader, die in detentie verblijft, tegen een beschikking over de contactregeling met zijn minderjarige kind. De vader verzocht om uitbreiding van de contactmomenten, waaronder deelname aan het OKD-programma en wekelijkse skypecontacten, en het opleggen van dwangsommen aan de moeder bij niet-nakoming.
De moeder betoogde dat de huidige regeling passend is, gezien de leerplicht van het kind, de belasting van de moeder en het belang van het kind om niet te veel schooltijd te missen. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukte dat de moeder zich inzet voor het contact en dat de detentie van de vader een beperkende factor is.
Het hof oordeelde dat de wekelijkse skypecontacten van een half uur passend zijn en dat de uitbreiding van bezoekmomenten niet in het belang van het kind is vanwege de belasting en de leeftijd van het kind. De dwangsommen werden niet verhoogd en de moeder werd niet verplicht tot extra contactmomenten. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor het telefonische contact en opnieuw vastgesteld met de skypecontacten op zondag en belcontact op verjaardagen.