Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door mr. Van Aken;
- de man.
3.De feiten
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. De man heeft de kinderen erkend en zij verblijven voornamelijk bij de vrouw. In het ouderschapsplan van 15 mei 2015 is overeengekomen dat de man kinderalimentatie betaalt van €240 per kind per maand, onderworpen aan wettelijke indexering vanaf 1 januari 2016.
De rechtbank bepaalde in februari 2020 dat de man €240 per kind per maand moest betalen vanaf juni 2015, maar wees de indexering af. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om de indexering conform het ouderschapsplan toe te passen, inclusief de achterstallige bedragen.
De man erkende de betalingsachterstand deels en gaf aan dat hij sinds april 2019 werkloos was geweest maar inmiddels weer werkt. Hij had geen bezwaar tegen de indexering, hoewel hij kritiek had op het systeem van alimentatieberekening.
Het hof oordeelde dat de afspraak in het ouderschapsplan overeenkomt met artikel 1:402a BW en dat de wettelijke indexering van rechtswege van toepassing is. Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en stelde het de alimentatiebedragen inclusief jaarlijkse indexering vast vanaf 1 juli 2015 tot en met de toekomst. De proceskosten in hoger beroep werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de man de kinderalimentatie inclusief wettelijke indexering vanaf 1 januari 2016 moet betalen en vernietigt de eerdere beschikking.