ECLI:NL:GHSHE:2021:1239
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing bewind wegens gokverslaving en verkwisting
In eerste aanleg werd het bewind over de goederen van de rechthebbende opgeheven door de kantonrechter. De rechthebbende, die kampt met een gokverslaving, verzoekt in hoger beroep om voortzetting van het bewind wegens verkwisting.
Tijdens de mondelinge behandeling lichtte de bewindvoerder toe dat het bewind aanvankelijk werd opgeheven omdat de rechthebbende geen problematische schulden meer had en een vermogen van circa €7.000,- had opgebouwd. Kort daarna bleek echter dat de rechthebbende dit vermogen had vergokt en een huurachterstand had, mede door het verlies van zijn baan en psychische problemen.
De advocaat van de rechthebbende benadrukte de zorgelijke situatie, met eerdere drugsverslaving, gebrek aan WW-uitkering, en afhankelijkheid van derden. Het hof oordeelt dat de noodzaak tot voortzetting van het bewind nog steeds bestaat gezien de langdurige gokverslaving en financiële onzelfredzaamheid.
Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank Limburg en wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af en laat het bewind voortduren wegens de aanhoudende gokverslaving en financiële onzelfredzaamheid van de rechthebbende.