In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige bevestigd. De ondertoezichtstelling was eerder door de rechtbank Limburg voor een jaar verlengd vanwege ernstige ontwikkelingsbedreigingen. De vader ging in hoger beroep tegen deze beslissing en voerde aan dat er geen sprake was van een ernstige ontwikkelingsbedreiging die verlenging rechtvaardigde.
Het hof overwoog dat de minderjarige al lange tijd het slachtoffer is van een complexe en langdurige strijd tussen zijn ouders, waarbij verschillen in geloof en opvoeding een grote rol spelen. De vader en zijn familie hebben moeite met de religieuze keuzes van de moeder, wat de situatie voor de minderjarige bemoeilijkt. Dit leidt tot gedragsproblemen en escalaties op school.
Het hof stelde vast dat de ondertoezichtstelling niet alleen gericht is op omgang, maar op het afwenden van de ernstige ontwikkelingsbedreiging. De ondertoezichtstelling maakt het mogelijk om de gezamenlijke schottenaanpak van de ouders te ondersteunen met als doel uiteindelijk parallel ouderschap. Gezien deze omstandigheden is de verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk en wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.