Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[kind 1], wonende te [woonplaats] , en
[kind 2], wonende te [woonplaats] , verweersters in hoger beroep, hierna gezamenlijk te noemen: verweersters, advocaat: mr. M.V. Scheffer;
- [kind 3] jr.;
- [kind 4];
- [kind 5] ;hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen [betrokkene 2] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door mr. Van den Heuvel;
- [kind 1] en [kind 2] , bijgestaan door mr. Scheffer;
- [kind 3] (jr.).
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 12 september 2019;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van verweersters d.d. 19 oktober 2020;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 20 oktober 2020.
3.De beoordeling
rechtstreeksbelang waarin zij zelf worden getroffen als bedoeld in artikel 798 lid 1 Rv Pro is geen sprake. Het gegeven dat er een nauwe verbondenheid bestaat met het verzoek tot vaststelling van het vaderschap van hun vader, [betrokkene 2] , doet hier niet aan af.
4.De beslissing
26 september 2019, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.