Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
4.De beslissing
E.L. Schaafsma-Beversluis en is op 6 mei 2021 door mr. C.N.M. Antens uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van ouders tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die een machtiging tot uithuisplaatsing van hun minderjarige kind had verleend. De ouders betoogden dat de gecertificeerde instelling (GI) onvoldoende had ingezet op hulpverlening gericht op thuisplaatsing en dat een uithuisplaatsing een ultimum remedium moest zijn.
De GI stelde dat de ouders onvoldoende meewerkten met de hulpverlening en dat de opvoedsituatie onvoldoende verbeterde. Het hof constateerde echter dat de GI onvoldoende had onderbouwd waarom alternatieve hulpverlening niet mogelijk was en dat de GI te snel had gekozen voor uithuisplaatsing zonder duidelijke doelen te stellen. Bovendien bleek dat de GI binnen een week na uithuisplaatsing al een verzoek tot gezagsbeëindiging wilde indienen.
Het hof oordeelde dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor machtiging tot uithuisplaatsing en vernietigde de beschikking van de rechtbank. Het verzoek van de GI werd afgewezen. Het hof benadrukte het belang van duidelijke doelen en passende hulpverlening in samenspraak met de ouders en stelde dat de ambulante hulpverlening direct bij terugkeer van de minderjarige naar huis moet worden voortgezet.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing af en vernietigt de beschikking van de rechtbank.