In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 6 mei 2021 uitspraak gedaan in hoger beroep over een machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige. De rechtbank Limburg had eerder een machtiging verleend voor de periode van 28 januari 2021 tot 28 januari 2022. De minderjarige stelde dat deze termijn te lang was en verzocht om beperking tot zes maanden.
De minderjarige verbleef sinds december 2020 in gesloten jeugdhulp en gaf aan geen behandeling of therapie te hebben ontvangen. Er liep een NIFP-onderzoek in het kader van een strafzaak, maar dat zag niet op behandeling. De minderjarige wilde duidelijkheid en een kortere termijn om motivatie en uitzicht te bieden.
Het college stelde dat de machtiging terecht was verleend, gezien de ernst van de problemen en het nog lopende NIFP-onderzoek. De raad voor de kinderbescherming adviseerde een termijn van acht tot negen maanden, met aanhouding van het overige deel om de betrokken instanties scherp te houden.
Het hof overwoog dat aan de wettelijke vereisten voor gesloten jeugdhulp was voldaan en dat de plaatsing noodzakelijk bleef. Gezien het nog te voltooien NIFP-onderzoek en het op te stellen behandelplan, werd de machtiging bekrachtigd voor negen maanden tot 28 oktober 2021. De beslissing over de resterende periode tot 28 januari 2022 werd aangehouden tot een mondelinge behandeling op 28 september 2021.