Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[de V.O.F.] ,
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 3],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat het hoger beroep centraal tegen een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake executoriaal beslag op een vennootschap onder firma (VOF) en haar vennoot. De appellant vordert inzicht in de financiële verantwoording van de VOF en de bedragen die aan de vennoot zijn toegekomen na de beslaglegging.
Het hof heeft in een tussenarrest partijen opgedragen om alle jaarrekeningen van de VOF vanaf 2013 te overleggen met een toelichting op de bedragen die na beslaglegging aan de vennoot zijn uitgekeerd. De geïntimeerden hebben deze stukken aangeleverd, inclusief een specificatie van privé-opnamen en premies arbeidsongeschiktheidsverzekering over de jaren 2017 tot en met 2020.
De appellant heeft in haar antwoordakte een uitgebreide opsomming gegeven van winstuitkeringen, privé-opnamen en andere kostenposten die zij voor vergoeding houdt, en stelt dat de geïntimeerden geen volledige openheid van zaken hebben gegeven. Het hof heeft de geïntimeerden de gelegenheid gegeven om hierop te reageren en houdt verdere beslissing aan, met een rolzitting gepland op 29 juni 2021.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en bepaalt dat geïntimeerden bij akte reageren op de stellingen van appellant, waarna de zaak weer voor arrest wordt gezet.