Uitspraak
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank die het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemde. De minderjarige stond sinds 2017 onder toezicht en was na diverse plaatsingen sinds april 2020 bij de vader geplaatst. De moeder accepteert het verblijf bij de vader emotioneel, maar wenst haar gezag te behouden. Het hof overweegt dat zowel de moeder als de vader niet in staat zijn om de verzorging en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn adequaat te dragen, waardoor het gezag terecht is beëindigd.
De moeder voert aan dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar haar opvoedsituatie en dat de GI onterecht tot voogd is benoemd. Het hof oordeelt dat er voldoende onderzoek is verricht en dat een nieuw deskundigenonderzoek niet in het belang van de minderjarige is. De benoeming van de GI als voogd wordt gehandhaafd vanwege haar langdurige betrokkenheid en het belang van stabiliteit voor de minderjarige. Het gebrek aan vertrouwen van de moeder jegens de GI moet wel serieus genomen worden en vraagt om herstel binnen de voogdijmaatregel.
Het hof wijst de grieven van de moeder af en bekrachtigt de bestreden beschikking. Tevens wordt verzocht een afschrift van de uitspraak toe te zenden aan het centraal gezagsregister.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd over de minderjarige.