ECLI:NL:GHSHE:2021:149
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontslag van rechtbank benoemde vereffenaar in nalatenschap
In deze civiele zaak stond het verzoek van een erfgenaam centraal om de door de rechtbank benoemde vereffenaar in de nalatenschap van zijn ouders te ontslaan. De rechtbank had eerder een vereffenaar benoemd vanwege onduidelijkheid over de voltooiing van de wettelijke vereffening en geschillen tussen de erfgenamen.
De verzoeker voerde zes grieven aan, waaronder dat de nalatenschap al was vereffend, dat er geen schuldeisers waren, en dat de vereffenaar partijdig zou zijn. De verweerster en de vereffenaar betwistten deze stellingen en benadrukten het belang van een professionele vereffenaar gezien de interne conflicten en onduidelijkheden over schulden en vorderingen.
Het hof oordeelde dat onvoldoende was vastgesteld dat de vereffening voltooid was en dat het wenselijk bleef dat een onafhankelijke vereffenaar een boedelbeschrijving opstelt. Er was geen bewijs van partijdigheid van de vereffenaar. Ook de kosten en vermeende onnodige werkzaamheden van de vereffenaar werden niet als reden gezien om haar ontslag te rechtvaardigen.
Het hof besloot de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen en bepaalde dat elke partij haar eigen kosten draagt, zoals gebruikelijk in procedures tussen erfgenamen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontslag van de vereffenaar af en bekrachtigt de beschikking tot benoeming van de vereffenaar.