Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank waarin gezamenlijk gezag aan de ouders werd toegekend en een zorg- en contactregeling voor het kind werd vastgesteld. De moeder maakt zich ernstige zorgen over de opvoedingscapaciteiten van de vader, onder meer vanwege een politie-inval waarbij vermoedelijk heroïne werd aangetroffen en het bezit van een vuurwapen. De vader ontkent deze beschuldigingen en stelt dat het contact met het kind goed verloopt.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de omgang tussen vader en kind door de detentie van de vader geruime tijd stil heeft gelegen, maar dat partijen opnieuw deelnemen aan een BOR-traject om het contact te herstellen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde een nader onderzoek naar het gezag en de omgang, mede vanwege de zorgwekkende omstandigheden rondom de vader.
Het hof heeft daarom besloten om de beslissing over het gezag en de omgang aan te houden tot ontvangst van het BOR-eindrapport, dat uiterlijk op 19 november 2021 moet worden ingediend. Tevens krijgt de raad de voorwaardelijke opdracht om, indien nodig, aanvullend onderzoek te doen en hierover te rapporteren. De zaak wordt aangehouden tot 20 december 2021, waarna verdere behandeling zal plaatsvinden.
Uitkomst: Beslissing over gezag en omgang wordt aangehouden in afwachting van BOR-eindrapport en nader onderzoek.