ECLI:NL:GHSHE:2021:1513

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
8 januari 2021
Publicatiedatum
25 mei 2021
Zaaknummer
20-000153-20
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep vernieling en smaadschrift met taakstraf en schadevergoeding

Op 25 januari 2019 heeft verdachte te Tilburg zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, alsmede het verspreiden van een smaadschrift. De politierechter in Breda veroordeelde verdachte, maar het gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigde dit vonnis in hoger beroep.

Het hof legde een taakstraf van 50 uur en 25 dagen hechtenis op, waarbij een gedeelte van de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van 450 euro aan de benadeelde partij, bestaande uit 150 euro materiële en 300 euro immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 25 januari 2019.

De vordering tot schadevergoeding werd deels toegewezen en deels afgewezen, en verdachte werd veroordeeld in de gemaakte kosten voor tenuitvoerlegging. De duur van gijzeling is vastgesteld op maximaal negen dagen, waarbij gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. Het arrest is op 8 januari 2021 mondeling gewezen door mr. A.M.G. Smit.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 50 uur en 25 dagen hechtenis en moet 450 euro schadevergoeding betalen aan de benadeelde partij.

Uitspraak

Parketnummer: 20-000153-20

Uitspraak : 8 januari 2021
TEGENSPRAAK (art. 279 Sv Pro)
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingslocatie Breda van 4 juli 2019, in de strafzaak onder parketnummer 02-073877-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (voormalige Nederlandse Antillen) op [geboortedag] 1956,
wonende te [adres] .
Kwalificatie
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: smaadschrift.

Toegepaste wetsartikelen
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 261 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
feit 1 gepleegd op 25 januari 2019 te Tilburg;
feit 2 gepleegd op 25 januari 2019 te Tilburg.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
10 (tien) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 450,00 (vierhonderdvijftig euro) bestaande uit € 150,00 (honderdvijftig euro) materiële schade en € 300,00 (driehonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op
16,80 (zestien euro en tachtig cent).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 450,00 (vierhonderdvijftig euro) bestaande uit € 150,00 (honderdvijftig euro) materiële schade en € 300,00 (driehonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 9 (negen) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 25 januari 2019.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. A.M.G. Smit.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 januari 2021.