5.8.3.1. Uit de door de man overgelegde loonstroken over de maanden januari tot en met mei 2020 blijkt dat er beslag is gelegd op het loon van de man voor een bedrag van € 852,24 per maand. Dat er sprake is geweest van loonbeslag tot en met de maand november 2020, zoals de man tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, heeft de vrouw niet gemotiveerd weersproken. Het hof gaat daarvan uit. Tussen partijen is verder niet in geschil dat de man wel heeft gepoogd zijn schulden te saneren, maar tot heden heeft dat niet geleid tot een substantiële vermindering van de schulden. Nu de man in de periode van januari 2020 tot en met november 2020 door het loonbeslag feitelijk niet de beschikking heeft gehad over zijn volledige netto loon, acht het hof het redelijk en billijk om over die periode rekening te houden met het loonbeslag en voor het berekenen van de draagkracht van de man uit te gaan van een netto loon van € 2.385,74 minus € 852,24 = afgerond € 1.533,- per maand.
Het hof merkt daarbij op dat uit de loonstrook van de maand mei 2020 blijkt dat de man het uitgekeerde vakantiegeld ook aan de beslaglegger heeft afgedragen; het hof laat daarom voor 2020 het vakantiegeld buiten beschouwing. Uit de door de man overgelegde loonstroken blijkt verder dat er inhoudingen op het netto loon hebben plaatsgevonden van € 147,80 per maand. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat het de maandelijkse premiebetaling van de ziektekostenverzekering betreft. Het hof past geen verdere korting toe op het netto loon, zoals de advocaat van de man ook tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, omdat de betaling van deze premie is inbegrepen in het draagkrachtloos inkomen van de man.
Het hof gaat in de periode van 1 januari 2020 tot 1 december 2020 uit van een draagkracht van de man conform de toepasselijke draagkrachtformule:
80% [€ 1.533,- minus (0,3 x € 1.533,- + € 925)] = € 118,48 per maand, dit is afgerond € 59,- per kind per maand.
5.8.3.2. De man heeft desgevraagd tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat er vanaf 1 december 2020 geen beslag meer ligt op zijn loon en dat hij sindsdien ook niet anderszins aflost op de schulden. De man heeft verklaard dat hij in afwachting is van de beslissing op zijn verzoek om toegelaten te worden tot de WSNP.
De vrouw heeft de stellingen van de man ten aanzien van de toelating tot de WSNP gemotiveerd weersproken.
Het hof overweegt als volgt.
De man heeft zijn stelling dat hij een verzoekschrift tot toelating tot de WSNP bij de rechtbank heeft ingediend, uitsluitend onderbouwd met kopie van een ongedateerd en niet door hem ondertekend verzoekschrift. De man heeft verder geen schriftelijke bevestiging van de ontvangst van dat verzoekschrift, noch een ander verifieerbaar document met betrekking tot de toelatingsprocedure overgelegd. Gelet daarop overweegt het hof dat de man zijn stelling ten aanzien van de WSNP niet, althans niet voldoende heeft onderbouwd, hetgeen mede gelet op de gemotiveerde betwisting door de vrouw wel op zijn weg had gelegen. Nu de man ook heeft verklaard dat hij na 1 december 2020 feitelijk niet aflost op schulden, laat het hof de schulden na 1 december 2020 geheel buiten beschouwing.
Gelet op het voorgaande gaat het hof met ingang van 1 december 2020, gemakshalve en uit proceseconomische overwegingen uitgaande van het de loonstroken 2021 en rekenend met de draagkrachtformule over het jaar 2021, uit van een netto loon van de man van afgerond
€ 2.562,- per maand, nog te vermeerderen met 8% vakantiegeld, derhalve afgerond
€ 2.767,- netto per maand Ook in 2021 houdt het hof niet apart rekening met de inhouding ter zake de premie ziektekostenverzekering.
Met ingang van 1 december 2020, gemakshalve en uit proceseconomische overweging reeds rekenend met de cijfers van 2021, berekent het hof de draagkracht van de man conform de toepasselijke draagkrachtformule op:
70% [€ 2.767,- minus (0,3 x € 2.767,- + € 1.000,-)] = € 655,83 per maand, dit is afgerond
€ 328,- per kind per maand.