ECLI:NL:GHSHE:2021:1599
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd door de economische politierechter veroordeeld voor overtreding van artikel 10.15, eerste lid, van de Telecommunicatiewet en kreeg een taakstraf opgelegd. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.
De advocaat-generaal verzocht het hof om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, omdat het hoger beroep te laat was ingesteld. De raadsvrouw van de verdachte voerde verweer en verzocht om nietigverklaring van het onderzoek en terugwijzing van de zaak, omdat zij niet op de hoogte was gesteld van de datum van de inhoudelijke behandeling in eerste aanleg.
Het hof oordeelde dat de kennisname van de datum van de inhoudelijke behandeling door de verdachte zelf bepalend is voor het aanvangstijdstip van de appeltermijn. Aangezien het hoger beroep pas na de wettelijke termijn van veertien dagen na het verstekvonnis was ingesteld, was het te laat. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.