Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2021:1599

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 mei 2021
Publicatiedatum
28 mei 2021
Zaaknummer
20-001219-19
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10.15 TelecommunicatiewetArt. 408 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding

De verdachte werd door de economische politierechter veroordeeld voor overtreding van artikel 10.15, eerste lid, van de Telecommunicatiewet en kreeg een taakstraf opgelegd. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.

De advocaat-generaal verzocht het hof om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, omdat het hoger beroep te laat was ingesteld. De raadsvrouw van de verdachte voerde verweer en verzocht om nietigverklaring van het onderzoek en terugwijzing van de zaak, omdat zij niet op de hoogte was gesteld van de datum van de inhoudelijke behandeling in eerste aanleg.

Het hof oordeelde dat de kennisname van de datum van de inhoudelijke behandeling door de verdachte zelf bepalend is voor het aanvangstijdstip van de appeltermijn. Aangezien het hoger beroep pas na de wettelijke termijn van veertien dagen na het verstekvonnis was ingesteld, was het te laat. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001219-19
Uitspraak : 12 mei 2021
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 6 december 2018, in de strafzaak met parketnummer 01-152677-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats/land] op [geboortedag] 1969,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De economische politierechter heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake van ‘overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.15, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, opzettelijk meermalen begaan’ veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis.
De inbeslaggenomen zendapparatuur, transformatoren en portofoon zijn onttrokken aan het verkeer.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft verweer gevoerd strekkende tot nietigverklaring van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en heeft voorts om terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant verzocht, nu is nagelaten een afschrift van de dagvaarding aan de toenmalige raadsvrouw van verdachte te versturen, waardoor de raadsvrouw niet op de hoogte was van de datum van de inhoudelijke behandeling van de zaak in eerste aanleg.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof ziet zich eerst voor de vraag gesteld of de verdachte ontvankelijk is in het ingestelde hoger beroep.
Het beroepen vonnis is op 6 december 2018 bij verstek gewezen. De inleidende dagvaarding om op 6 december 2018 te verschijnen ter terechtzitting van de economische politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch, is blijkens de daaraan gehechte akte van uitreiking op 29 augustus 2018 aan de verdachte in persoon betekend.
Op grond van artikel 408, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering moet in een dergelijk geval binnen veertien dagen na de einduitspraak hoger beroep worden ingesteld. In de toelichting bij de aan de verdachte uitgereikte inleidende dagvaarding is dit onder het kopje “beroepsmogelijkheden” ook vermeld. Gelet hierop is voor het aanvangen van de appeltermijn slechts bepalend of de verdachte – en dus niet de raadsvrouw - op de hoogte was van de datum van de inhoudelijke behandeling van de zaak.
Aangezien het hoger beroep tegen het vonnis eerst bij akte d.d. 17 april 2019 namens verdachte ter griffie van de rechtbank Oost-Brabant is ingesteld, is dit hoger beroep te laat ingesteld. Van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar zouden kunnen doen zijn, is het hof niet gebleken. Gelet hierop dient verdachte in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door:
mr. K.J. van Dijk, voorzitter,
mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. D.A.E.M. Hulskes, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.E. van Dijk, griffier,
en op 12 mei 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.