Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.mr. [vereffenaar] ,
1.Het geding in eerste aanleg (nummer 7616066 / 19-1899)
2.Het geding in hoger beroep
- de rolaantekening dat tegen [vereffenaar] c.s. verstek is verleend;
- het voornoemde dagvaardingsexploot van [appellant] ;
3.De beoordeling
“hoofdelijk”uit te spreken. Deze in de memorie van grieven opgenomen eiswijziging was echter niet opgenomen in het appeldagvaardingsexploot en was [vereffenaar] c.s. daaruit dus niet kenbaar. Uitgangspunt van de artikelen 130 lid 1 en 353 lid 1 Rv is dat [appellant] als eiser zijn eis in beroep schriftelijk mag wijzigen, maar tegen de in rechte niet verschenen [vereffenaar] c.s. is dat volgens de artikelen 130 lid 3 en 353 lid 1 Rv uitgesloten, tenzij [appellant] de eiswijziging (tijdig) bij exploot aan [vereffenaar] c.s. kenbaar heeft gemaakt. Nu niet gesteld of gebleken is dat de bij de memorie van grieven gewijzigde eis bij exploot aan [vereffenaar] c.s. kenbaar is gemaakt, laat het hof de eiswijziging als ontoelaatbaar buiten beschouwing.
- de aandelen van [zus 1] en [zus 2] in de nalatenschap over te dragen aan [appellant] ;
- de ouderlijke woning toe te delen aan [appellant] ;
- beslissingen uit de eerdere beschikking van 17 november 2016 te herroepen;
- aan [vereffenaar] als vereffenaar nieuwe aanwijzingen te geven omtrent de inboedel en bestanddelen van de ouderlijke woning;
- de door [vereffenaar] als vereffenaar voorgenomen verkoop van de ouderlijke woning voor € 255.000,-- te voorkomen.
“Verklaring van Schenking Inboedel”(hierna: Schenkingsakte 2008) vermeldt dat vader:
“Verkoopovereenkomst”(hierna: Verkoopakte 2011) vermeldt dat vader de:
De resultaten van het schriftvergelijkend onderzoek zijn veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
Dit betekent dat de resultaten van het schriftvergelijkend onderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer de te betwiste handtekeningen (…) door de heer [vader] op de kwestieuze documenten zijn vervaardigd, dan wanneer de betwiste handtekeningen vervalsingen zijn.
niethebben plaatsgevonden bovendien onvoldoende onderbouwing of concretisering van feiten die
welzouden hebben plaatsgevonden.