ECLI:NL:GHSHE:2021:1681
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs opzettelijk valse aangifte verkrachting
Verdachte deed op 15 september 2017 aangifte van verkrachting, waarbij zij aangaf zich niet te kunnen herinneren wat er was gebeurd na een avond met alcoholgebruik. Uit politieonderzoek en getuigenverklaringen bleek dat verdachte en anderen die nacht onder invloed waren en dat er consensuele geslachtsgemeenschap had plaatsgevonden.
De aangifte werd onderzocht, maar er waren geen aanwijzingen voor drogering of seksueel misbruik. Verdachte werd veroordeeld voor het doen van een valse aangifte, maar ging in hoger beroep. Het hof nam kennis van de verklaringen, het DNA-onderzoek en de context van onzekerheid en geheugenverlies door alcoholgebruik.
Het hof oordeelde dat er geen overtuigend bewijs was dat verdachte opzettelijk onwaarheid had verklaard bij haar aangifte. De onzekerheid en de omstandigheden konden verklaren waarom verdachte aangifte deed. Daarom werd het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van overtuigend bewijs dat zij opzettelijk een valse aangifte heeft gedaan.