Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
in de periode van 1 juli 2020 tot 1 januari 2020
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg inzake de onderhoudsbijdrage voor een jongmeerderjarige studente. De man, voormalig echtgenoot van de moeder, betaalt een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van zijn kind. De jongmeerderjarige verzoekt een verhoging van de bijdrage, terwijl de man een verlaging wenst vanwege een inkomensdaling.
Het hof stelt vast dat de jongmeerderjarige een HBO-opleiding volgt en dat het normbedrag voor haar behoefte correct is vastgesteld zonder aftrek van een aanvullende beurs. De woonlasten worden verlaagd met de gemiddelde basishuur voor thuiswonende studenten. De draagkracht van de man is verminderd vanaf juli 2020 vanwege quarantaine door medische problemen gerelateerd aan COVID-19, wat door het hof wordt geaccepteerd op basis van medische verklaringen en loonstroken.
De draagkracht van de vrouw en haar partner wordt meegewogen conform het echtscheidingsconvenant, waarbij de woonlasten forfaitair worden toegepast. Het hof verdeelt de behoefte naar rato van draagkracht over de man, de vrouw en haar partner. De onderhoudsbijdrage van de man wordt aangepast per periode, met een lagere bijdrage tijdens de quarantaineperiode en een hogere bijdrage vanaf juli 2021.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof bepaalt de nieuwe bijdragebedragen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage van de man wordt gewijzigd met lagere bedragen tijdens quarantaine en hogere bedragen daarna, ingaande 1 september 2019.